De economie van de eurozone is in het tweede kwartaal met 0,7 procent gegroeid in vergelijking met een kwartaal eerder. Dat stelt het Europese statistiekbureau Eurostat in een voorlopige schatting. Daarmee groeide de economie van het eurogebied iets sterker dan in het eerste kwartaal. Door de hoge inflatie hadden economen deze groei niet verwacht.

Uit de cijfers blijkt dat de Duitse economie, de grootste van Europa, in het tweede kwartaal tot stilstand is gekomen. De economie van onze oosterburen groeide en kromp dus niet.

In Zuid-Europese landen deed de economie het juist beter dan gedacht. Spanje en Italië noteerden beide een flinke plus, geholpen door het herstel van het toerisme na de coronapandemie. De Franse economie toonde bovendien groei, na een krimp in het eerste kwartaal, dankzij sterke exportcijfers.

Hoe de Nederlandse economie het in het tweede kwartaal deed, is nog niet bekend. Het CBS komt pas halverwege augustus met die cijfers.

Hoewel de economieën binnen het eurogebied het dus beter deden dan verwacht, zijn er flink wat zorgen. Zo is de inflatie ongekend hoog, heerst er onrust over Russische gasleveringen en zijn er problemen in toeleveringsketens. Hierdoor is het vertrouwen van consumenten naar een dieptepunt gezakt. Ook bij bedrijven is het sentiment flink verslechterd. Dit alles leidt tot zorgen over een recessie; daarvan spreken we als de economie twee kwartalen op rij krimpt.