De euro staat momenteel bijna gelijk met de dollar: 1 euro is op dit moment zo'n 1,02 dollar waard. Hoe minder de euro waard is, hoe duurder import wordt en hoe meer de prijzen in de supermarkt dus oplopen.

In de financiële wereld heerst al een tijd de vrees dat de eurozone een recessie tegemoetgaat. We spreken van een recessie als de economie twee kwartalen op rij krimpt. Door die vrees houden investeerders minder euro's op zak en gaan ze meer dollars of andere valuta kopen. Zo beperken ze het risico op grote verliezen.

Op die manier wordt de euro minder waard. Dat is een probleem voor Europese bedrijven en uiteindelijk ook voor de gewone Nederlander. Want als bedrijven meer betalen om goederen te importeren, gaan wij uiteindelijk ook meer betalen in de supermarkt. Dat leidt dan weer tot een hogere inflatie. In juni werd het leven in Nederland al 8,6 procent duurder.

Om die inflatie naar beneden te krijgen, wil de Europese Centrale Bank (ECB) later deze maand de beleidsrente verhogen. Hoe hoger de rente, hoe meer mensen verdienen aan hun spaargeld en hoe langer ze het dus laten staan. Doordat er dan minder wordt gekocht, gaan de prijzen in principe omlaag.

Maar door de recessievrees kan het zo zijn dat de ECB de rente toch minder fors verhoogt dan verwacht. Een hogere rente kan namelijk ook leiden tot minder economische groei, en dat is het laatste wat de eurozone nu nodig heeft. Over precies twee weken beslist de ECB definitief over de renteverhoging.