De FNV trekt zich terug uit het overlegorgaan over werk met gevaarlijke stoffen, zoals chroom-6 en asbest. Volgens de vakbond nemen bedrijven en de overheid het overleg niet serieus genoeg. Het ministerie van Sociale Zaken geeft aan dat er inderdaad ruimte is voor verbetering.

Het gaat om de commissie Grenswaarden bij de Sociaal-Economische Raad (SER). Daar wordt bijvoorbeeld gepraat over veilig werken met kankerverwekkende stoffen. De grootste vakbond van Nederland zegt dat hij botst op een muur van onwil bij veel werkgevers. Daarnaast zou de Arbeidsinspectie veel te vrijblijvend te werk gaan bij het controleren van bedrijven.

Volgens vicevoorzitter Kitty Jong heeft de FNV door de jaren heen voorstellen gedaan om de manier van werken in de commissie te verbeteren. Zo heeft de bond voorgesteld dat er een aparte commissie met experts moet komen. Die zou onafhankelijke checks moeten uitvoeren. Daarnaast wil de vakbond dat de Inspectie gevaarlijke stoffen systematisch gaat volgen en monitoren.

Vakbond stelde ultimatum

Eind april stelde de bond daarover een ultimatum aan minister Karien van Gennip van Sociale Zaken. Het ultimatum liep op 1 juli af. "Maar de minister en de Arbeidsinspectie blijven volharden in vrijblijvendheid", zegt Jong.

Het stoort de bond onder meer dat bedrijven informatie aanleveren die, in de ogen van de FNV, lang niet altijd deugt. Werknemers zouden hiervan de dupe zijn. De bond verwijst naar cijfers van het RIVM, waaruit zou blijken dat de afgelopen jaren duizenden mensen vroegtijdig zijn overleden doordat ze met gevaarlijke stoffen hebben gewerkt.

Werkgeverskoepel VNO-NCW laat weten de stap van de FNV "zeer jammer" te vinden. "Werkgevers hebben geen enkele baat bij uitval en iedereen moet veilig kunnen werken", zegt een woordvoerder.

Ministerie vindt dat er verbeteringen nodig zijn

Ook het ministerie van Sociale Zaken reageert teleurgesteld. Dat vindt dat het stellen van ultimatums niet bij het overleg past en "niet bijdraagt aan het komen tot gezamenlijke oplossingen".

Het ministerie heeft wel begrip voor de frustratie en "onderschrijft dat er verbeteringen nodig zijn". Maar daar zou de commissie juist voor nodig zijn. Minister Van Gennip gaat in overleg met de SER over hoe het nu verder moet.