De overheid gaf het afgelopen jaar 125 miljard euro uit aan zorg en welzijn, inclusief kinderopvang. Dat is 8,8 miljard euro of 7,6 procent meer dan in 2020, blijkt donderdag uit cijfers van het statistiekbureau CBS. Zowel in absolute getallen als procentueel is dat een even grote stijging als een jaar eerder.

De stijging is voor een groot deel een gevolg van de coronacrisis. De kosten voor testen en vaccineren bedroegen over het hele jaar 6,7 miljard euro en de bonus voor zorgpersoneel kostte 700 miljoen euro. Andere steunmaatregelen kostten in totaal 900 miljoen euro. Dat is veel minder dan de 3,5 miljard euro in 2020.

De kosten voor zorg van coronapatiënten, zowel direct als indirect, stegen het afgelopen jaar van 1,4 miljard naar 1,7 miljard euro.

In totaal bedroegen de corona-uitgaven dus zo'n 10 miljard euro. Dat is 8 procent van de totale zorguitgaven.

Per persoon gaf de overheid 466 euro meer uit aan zorg. Ook gaf ze zo'n 56 euro meer uit aan zorgverzekeringen en 11 euro aan de Wet langdurige zorg (Wlz).

Die forse stijging bij de Wlz is ontstaan doordat sinds vorig jaar ook mensen met intensieve geestelijke zorgbehoeften onder die wet vallen. Dat werd eerder betaald via een ander budget.