De ijsmaker Ben & Jerry's is een rechtszaak gestart tegen zijn moederbedrijf Unilever, omdat de voedingsreus het ijsmerk in Israël wil verkopen aan een lokale speler. Dit was volgens Ben & Jerry's besloten zonder hun toestemming, terwijl zij zelf mogen beslissen over hun merk, blijkt uit rechtbankdocumenten.

Unilever kondigde vorige week aan dat het Ben & Jerry's in Israël verkoopt aan Avi Zinger, eigenaar van branchegenoot American Quality. Op die manier kon het merk verkocht blijven worden in het Midden-Oosten, terwijl Ben & Jerry's daar zelf mee gestopt was. Het activistische merk vond de verkoop in de nederzettingen op Palestijns gebied niet passen bij zijn normen en waarden.

Ben & Jerry's liet eerder al via Twitter merken het grondig oneens te zijn met de beslissing van Unilever. Nu onderneemt het bedrijf ook juridische stappen. In documenten die de ijsmaker dinsdag indiende bij een New Yorkse rechtbank staat dat de beslissing niet overlegd is met de directie van Ben & Jerry's, terwijl die nu juist de taak heeft om te waken "over de integriteit van het merk". Toen Ben & Jerry's in 2000 in handen kwam van Unilever werd ook afgesproken dat het merk zelfstandig beslissingen mocht blijven maken.

Het ijsmerk had ook een contactverbod gevraagd voor Unilever, maar daar ging de rechter niet in mee. De zaak dient op 14 juli.