Het kabinet haalt een streep door onzekere oproepcontracten, zoals het nulurencontract. In plaats daarvan komt een nader uit te werken basiscontract, dat werknemers meer zekerheid geeft over zaken als inkomen en werktijden. Dat meldt minister Karien van Gennip (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) dinsdag aan de Tweede Kamer.

Van Gennip vindt het belangrijk dat werknemers vooraf weten wanneer zij beschikbaar moeten zijn voor werk. Dat maakt het ook mogelijk om bijvoorbeeld een tweede baan te nemen waarmee zij wellicht wel kunnen rondkomen. Een uitzondering blijft bestaan voor scholieren en studenten.

Het kabinet werkt aan een grondige hervorming van de arbeidsmarkt. Flexibel werk blijft mogelijk, maar het uitgangspunt wordt dat "structureel werk in principe wordt georganiseerd op basis van arbeidsovereenkomsten voor onbepaalde tijd".

Daarmee volgt het kabinet adviezen van de commissie-Borstlap, die onderzoek deed naar arbeidsrelaties, en van de Sociaal-Economische Raad (SER). Wanneer de maatregel er precies komt, is nog niet duidelijk.

De SER, waar vakbonden en werkgevers samen voorstellen doen over de arbeidsmarkt, bereikte in juni vorig jaar een akkoord rond een hervorming van de arbeidsmarkt. Daarin kwam onder andere het advies aan het kabinet om nulurencontracten af te schaffen en een minimumloon in te voeren voor zzp'ers.