In de cao-afspraken die afgelopen maand zijn gemaakt, is de salarisverhoging uitgekomen op 3,8 procent. De gemiddelde loonstijging over de eerste helft van dit jaar komt daarmee uit op 3,1 procent. Dat is in meer dan twintig jaar niet meer voorgekomen, meldt werkgeversorganisatie AWVN op basis van voorlopige cijfers aan NU.nl.

De 3,8 procent van juni heeft betrekking op zeventien cao-akkoorden voor 660.000 werknemers. "In mei zijn we uiteindelijk uitgekomen op 3,6 procent. Dus de afspraken voor juni liggen weer op een hoger niveau, dat we echt heel lang niet gezien hebben", zegt een woordvoerder van AWVN.

Mogelijk komen zelfs loonsverhogingen van 4 procent in beeld. "We gaan wel richting die 4 procent. Maar of we dat ook gaan halen? Dat zou historisch gezien wel heel hoog zijn."

De stijging heeft te maken met de roep om meer loon door de sterk gestegen prijzen én de personeelstekorten.

"Dat de loonsverhoging de prijsstijgingen zal compenseren, is ondenkbaar", aldus de AWVN-zegsman. "Die pijn wordt over drie partijen verdeeld: de werkgevers, de werknemers en de overheid."

Sinds begin 2021 lopen de lonen in de cao-afspraken al licht op. Sinds het vroege voorjaar van dit jaar gaan ze erg hard omhoog. In mei kwam de verhoging na correctie van de voorlopige cijfers uit op 3,6 procent.