De vrije besparingen van Nederlandse huishoudens bedroegen in het eerste kwartaal 11 miljard euro. Dat is bijna 8,7 miljard euro minder dan in dezelfde periode vorig jaar, meldt het statistiekbureau CBS dinsdag. Het gaat over geld dat huishoudens op spaarrekeningen zetten, beleggen of waar ze schulden mee aflossen.

De belangrijkste reden waarom we minder spaarden, is dat we meer uitgaven. Dat heeft deels te maken met de hoge inflatie, maar we kochten vooral meer. Dat komt dan weer doordat er in de eerste drie maanden van vorig jaar nog strenge coronamaatregelen golden die nu niet meer aan de orde zijn.

Opvallend is dat het beschikbaar inkomen tegelijk wel 7,1 miljard euro hoger was. Dat komt vooral doordat werkgevers de lonen verhoogden. Maar die loonsverhoging werd dus tenietgedaan door de inflatie en ons uitgavenpatroon.

In totaal gaven Nederlanders zo'n 15,8 miljard euro meer uit dan een jaar geleden. 10,9 miljard daarvan kwam door een hogere consumptie, 4,9 miljard is toe te schrijven aan hogere prijzen. Het leven werd gemiddeld 7,4 procent duurder in de eerste drie maanden van dit jaar.

We gaan weer vaker naar de kroeg

De hogere prijzen waren vooral zichtbaar bij energie. Door het warmere weer in de eerste helft van dit jaar gebruikten we minder energie, maar we gaven er wel 1,4 miljard euro meer aan uit. Dat heeft alles te maken met de oorlog in Oekraïne, die de aardgasprijzen naar recordhoogtes duwt. We gingen ook minder vaak tanken, maar het kostte ons wel 850 miljoen euro meer.

Wel gaven we duidelijk meer geld uit in de horeca. Daar gingen de uitgaven in totaal met 3,8 miljard euro omhoog en 3,4 miljard daarvan is het gevolg van meer consumptie. Nu alle coronamaatregelen in de horeca zijn losgelaten, gaan we dus vaker naar de kroeg.

Nederlandse huishoudens investeerden ook een deel van hun geld en dan vooral in nieuwbouwwoningen. Daar ging in het eerste kwartaal van dit jaar 1,3 miljard euro meer naartoe dan in de eerste drie maanden van vorig jaar.