Nederland is voor het eerst gezakt van de eerste naar de tweede categorie op een toonaangevende internationale ranglijst over de bescherming van werknemersrechten. Nederland stond sinds de eerste editie in 2014 steevast als een van de beste landen in de Global Rights Index van het Internationaal Vakverbond (ITUC).

Een beschamende ontwikkeling, vindt bestuurslid Petra Bolster van vakbond FNV. "Door een toenemend aantal gevallen van het niet naleven van werknemersrechten presteert Nederland nu minder", aldus Bolster. Als voorbeeld noemt zij een kritische medewerker in de maaltijdbezorgbranche die zijn baan verloor nadat hij de Radical Riders had opgericht, een vakbond voor fietskoeriers.

Ook ziet FNV een stijging in het aantal rechtszaken dat door werkgevers wordt aangespannen om stakingen te voorkomen, waardoor volgens de bond het recht op staken in Nederland onder druk staat.

Dat Nederland een categorie is gezakt, heeft overigens geen directe consequenties. Meer westerse landen zitten niet in de hoogste categorie. Zo valt Nederland nu in dezelfde groep als bijvoorbeeld Malawi en Togo. Maar ook Frankrijk, Zwitserland en Spanje zitten in dezelfde groep. Het Verenigd Koninkrijk is terug te vinden in groep drie, dus een niveau lager, de Verenigde Staten zelfs in de vierde groep. Er zijn in totaal zes groepen.

ITUC onderzocht voor de ranglijst de naleving van werknemersrechten in meer dan 180 landen aan de hand van bijna honderd indicatoren. Het gaat om vragen als wie cao's mag afsluiten namens werknemers en of er bescherming is van werknemers die vakbondswerk doen.