Het bedrag van 1 miljard euro dat het kabinet de afgelopen twee jaar heeft vrijgemaakt voor de woningmarkt heeft er mogelijk niet voor gezorgd dat er sneller en betaalbaardere huizen zijn gebouwd. Dat blijkt donderdag uit onderzoek van de Algemene Rekenkamer.

"Wonen is een belangrijk maatschappelijk thema, maar wij vragen ons af of het geld wel goed besteed wordt", zegt vicevoorzitter Ewout Irrgang van de Rekenkamer. "Er is extra budget beschikbaar om sneller en meer te bouwen, maar we twijfelen of deze injectie enig effect heeft gehad. Het is in ieder geval onduidelijk of er meer woningen zijn gebouwd met dit extra budget."

Voormalig binnenlandminister Kajsa Ollongren stelde dat er dankzij deze stimuleringsmaatregel bijna 140.000 woningen bij zijn gekomen. Die claim heeft zij onvoldoende aannemelijk gemaakt, schrijft de Algemene Rekenkamer in het rapport Aanpak woningtekort.

De zogenaamde Woningbouwimpuls (WBI) was een van de belangrijkste maatregelen van het kabinet-Rutte III om het oplopende woningtekort aan te pakken. In de afgelopen twee jaar zijn 93 door gemeenten voorgedragen bouwprojecten goedgekeurd voor de rijksbijdrage.

'Geboekte resultaten van kabinet onvoldoende onderbouwd'

Uiteindelijk is 855 miljoen euro aan gemeenten uitgekeerd. "De resultaten die het kabinet tot eind 2021 heeft geboekt met de 1 miljard euro zijn onvoldoende onderbouwd. De informatie die gemeenten aan de minister rapporteren is onvoldoende betrouwbaar om daar de effecten van de regeling uit af te leiden", aldus Irrgang.

Zo is er bij het sneller bouwen van woningen geen rekening gehouden met mogelijke verdringing: andere woningbouwprojecten krijgen geen rijksbijdrage en kunnen daardoor, mede door schaarste aan bouwvakkers, materialen en ambtenaren, later of niet uitgevoerd worden.

Volgens de Algemene Rekenkamer is er een reëel risico dat het Rijk via de Woningbouwimpuls heeft bijgedragen aan projecten die er ook zonder aanvullende rijksfinanciering zouden zijn gekomen. Harde cijfers zijn er nog niet, aangezien alle projecten nog opgeleverd moeten worden.

De Rekenkamer stelt verder dat de regeling in haar huidige vorm niet tot de beoogde doelen leidt. Als het kabinet hier toch mee wil doorgaan, moet de huidige minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening de WBI anders vormgeven "om tot een doeltreffende en doelmatige besteding van publiek geld te komen".

Verder vindt de Rekenkamer het verstandig om het rijksbudget voortaan vooral toe te kennen aan regio's met de grootste woningtekorten. Ook moet worden voorkomen dat subsidie voor het ene woningbouwproject ten koste gaat van andere. Daarover moeten harde afspraken worden gemaakt met gemeenten die rijksgeld krijgen voor de bouw van nieuwe woningen.