Wie bankzaken wil regelen, kan dat steeds minder ouderwets bij een bankfiliaal doen. De drie grootste Nederlandse banken hebben de afgelopen jaren namelijk flink in het aantal fysieke vestigingen gesnoeid, blijkt uit een rondgang van NU.nl. Die vestigingen worden vervangen door kleinere servicepunten, videobellen of door op bezoek te komen.

Door de opkomst van online bankieren zijn er steeds minder zaken waarvoor je naar een bakstenen bankvestiging moet. Rabobank, ABN AMRO en ING hebben daarom de afgelopen tijd aardig wat vestigingen gesloten.

Waar de Rabobank vóór de coronapandemie nog 335 lokale vestigingen had, zijn dat er nu nog 146. ABN AMRO sloot dit jaar alleen al een derde van de kantoren, waardoor er nu nog 53 filialen over zijn.

ING, de grootste bank in Nederland, heeft in juli nog 59 filialen, tegenover 128 in maart vorig jaar. Kortom: wie op straat loopt, zal minder snel tegen een bankgevel aanlopen.

Minder filialen, niet minder bereikbaar

Dit betekent volgens de banken niet dat ze minder bereikbaar zijn. Waar bankvestigingen verdwijnen, neemt het aantal kleinere zogeheten servicepunten van ING en Rabobank juist toe. Hierbij moet je denken aan een balie in de lokale Bruna of in een bibliotheek. ING verwacht er hiervan in juli 321 te hebben.

Verder worden zaken die voorheen uitsluitend bij een bank moesten gebeuren, nu vaak online gedaan. "Van de hypotheekgesprekken gaat bijvoorbeeld 90 procent via beeldbankieren (videobellen, red.)", legde een woordvoerder van ABN onlangs uit aan NU.nl.

Voor wie videobellen te lastig is en naar een filiaal komen ook geen optie is, bieden ABN en Rabobank de optie om thuis langs te komen. Dan komt een adviseur langs om te helpen met bankzaken.

Een servicepunt van ING

Een servicepunt van ING
Een servicepunt van ING
Foto: ING