Wie getroffen is door de overstromingen in Limburg in juli vorig jaar, kan via de overheid meer vergoed krijgen dan oorspronkelijk gepland. De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO), die verantwoordelijk is voor de afhandeling daarvan, merkt dat het begrip onverzekerbare schade in een aantal gevallen te ruim geïnterpreteerd werd en gaat daardoor iedereen meer vergoeden.

Normaal gezien heeft de RVO strikte regels voor welke schade wel of niet verzekerbaar is. Op de website van de instelling staat bijvoorbeeld een lijst met wat in aanmerking komt als inboedel. Tuinen, caravans, tuinhuizen of een boot vallen daar niet onder.

Nu blijkt echter dat er bij de afhandeling de afgelopen maanden hier en daar een geval door de mazen van het net geglipt is, waardoor de ene persoon wel gecompenseerd is voor het tuinmeubilair en de andere niet. Daarom gaat de RVO alle dossiers opnieuw bekijken en vergoeden in het voordeel van de gedupeerden. Dat geldt ook voor nieuwe meldingen. Particulieren kunnen nog tot 1 juli schade die niet door hun verzekeraar wordt gedekt, bij de RVO melden.

De woordvoerder wil niet zeggen hoeveel dit gaat kosten. "We denken dat het kan meevallen, omdat we vorig jaar een ruime oproep hebben gedaan, maar het hangt er echt van af hoeveel mensen zich nog melden", klinkt het. De dienst benadrukt wel dat deze actie niet automatisch ook geldt voor andere gevallen in het verleden of in de toekomst.

Verzekeraars vergoeden niet altijd alle waterschade. Als bijvoorbeeld een heel grote rivier uit de oevers treedt, kan de schade zo hoog oplopen dat een verzekeraar in de problemen kan komen bij de uitbetaling.

Om mensen in die situatie toch te helpen riep de overheid de Wet Tegemoetkoming bij schade (WTs) in het leven. De overheid keerde al 30 miljoen euro uit aan gedupeerden van de overstromingen in Limburg, waarvan zo'n 4 miljoen aan particulieren. Deze actie geldt alleen voor particulieren en niet voor bedrijven.