Vanuit Nederland werd in 2021, het eerste jaar na de Brexit, 40,5 miljard euro aan goederen getransporteerd naar het Verenigd Koninkrijk, meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) dinsdag. Dat is 9,6 procent minder dan in 2020, toen de export al flink gedaald was door de coronapandemie.

Hoewel de totale export dus verminderd is, was het aandeel aan Nederlandse makelij in de uitvoer wel groter dan een jaar eerder. In 2020 waren Nederlandse producten nog goed voor 40 procent van de uitvoer naar het VK. Vorig jaar is dat gegroeid tot 61 procent.

Dat komt voor een groot deel door de hogere prijzen voor onder meer voedsel. Fabricaten, zoals meubels of andere producten die in een fabriek gemaakt worden, werden samen met voeding en drank het meest uitgevoerd. Ook computers en gespecialiseerde machines om bijvoorbeeld computerchips mee te maken waren populair.

2021 was het eerste jaar sinds de Europese Unie en het Verenigd Koninkrijk nieuwe handelsafspraken hadden gemaakt vanwege de Brexit. Sindsdien gelden onder meer extra douanecontroles en -kosten, wat tot minder uitvoer heeft geleid.

Officieel stapte het VK in 2020 al uit de EU. Omdat er toen nog geen handelsdeal was, hadden de twee blokken afgesproken dat de oude regels nog van kracht bleven. Toch was de uitvoer vanuit Nederland naar het VK toen ook al met 13 procent gedaald, al zal dat ook met de coronacrisis te maken hebben gehad. Ten opzichte van 2019, toen het VK nog een volledig jaar lid was van de EU, exporteerde ons land afgelopen jaar 21 procent minder.