De huizenprijzen in ons land stegen in april met gemiddeld 19,7 procent ten opzichte van een jaar eerder, melden het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en het Kadaster maandag. Dat is 0,2 procentpunten meer dan de 19,5 procent in maart. De drie maanden daarvoor stegen de prijzen elke maand minder fors. Het lijkt er dus op dat de woningmarkt in rustiger vaarwater komt.

Sinds het begin van de coronacrisis ging de prijs van koophuizen steeds harder omhoog. Waar er in januari 2020 nog 6,3 procent bijkwam, was dat in januari van dit jaar al ruim 21 procent. In februari en maart zwakte de stijging af en in april stabiliseerde deze op 19,7 procent.

Een belangrijke reden voor die afkoeling is dat de loonstijgingen geen gelijke tred houden met de woningprijzen. "De cao-lonen zijn de afgelopen maanden niet sterk genoeg gestegen om ook de prijsstijging van woningen in combinatie met de stijgende hypotheeklasten bij te benen", legde Paul de Vries van het Kadaster eerder al uit.

Het is moeilijk te voorspellen wat er de komende maanden met de huizenprijzen gaat gebeuren is, maar de verwachting is dat de stijging nog even blijft afzwakken. Een daling ligt dan weer niet direct in de lijn der verwachtingen.

Er werden in april 15.972 woningen verkocht. Dat is 16 procent minder dan in dezelfde maand vorig jaar.

Waarom hetzelfde huis in Amsterdam veel duurder is dan in Groningen
227
Waarom hetzelfde huis in Amsterdam veel duurder is dan in Groningen