Lidstaten van de Europese Unie moeten vanaf juli weer de gewone staatssteunregels volgen, meldt de Europese Commissie donderdag. In het begin van de coronacrisis werden die regels wat versoepeld om zoveel mogelijk bedrijven door de pandemie te helpen, maar dat is volgens EU-commissaris Margrethe Vestager (Mededinging) nu niet meer aan de orde.

In normale tijden gelden er strikte regels voor overheidssteun aan bedrijven om oneerlijke concurrentie te voorkomen, maar die werden tijdens de crisis even losgelaten. Op 19 maart 2020, net nadat in de meeste EU-landen een lockdown van start was gegaan, besloot de Europese Commissie een oogje dicht te knijpen rond die steun.

Oorspronkelijk zou de regeling op het einde van dat jaar aflopen, maar ze werd drie keer verlengd. In oktober 2020 werd beslist dat de regels zouden gelden tot 30 juni 2021. Daarna werden ze opnieuw verlengd tot het einde van dat jaar en daarna nog een keer tot medio dit jaar.

"In die tijd hebben we 950 landelijke regelingen goedgekeurd voor een totaalbedrag van meer dan 3 biljoen euro", zegt Vestager. "Uit onze gegevens blijkt dat van dat bedrag 730 miljard euro ook echt is uitgegeven. Maar na meer dan twee jaar is de gezondheidscrisis in Europa eindelijk zo goed als onder controle en hebben lidstaten de beperkingen opgeheven."

Daarom vindt de Commissie het niet meer nodig om bedrijven extra te ondersteunen na 30 juni. Er blijft tot het einde van dit jaar nog wel een regeling rond investeringen gelden en tot eind 2023 kunnen bedrijven nog beroep doen op een regeling om hun buffer te vergroten. "Dat zijn twee belangrijke maatregelen om de economie herop te starten", zegt Vestager.

Vestager benadrukt dat geen enkel bedrijf van de ene dag op de andere van de steun zal afgesneden worden. De uitfasering gebeurt geleidelijk en zal op 30 juni 2023 waarschijnlijk volledig afgerond zijn.

Daarnaast kunnen lidstaten gebruikmaken van een crisispakket om bedrijven door de Oekraïnecrisis te loodsen. Nederland is dat voorlopig niet van plan.