73 procent van de koophuizen is vorig jaar boven de vraagprijs verkocht en een kleine 20 procent is voor een lagere prijs van de hand gegaan, blijkt donderdag uit onderzoek van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en het Kadaster. In 2020 werd nog net niet de helft van de huizen boven de vraagprijs verkocht.

Opvallend is dat in het hele land overboden werd op huizen en niet alleen in de grote steden, zoals in het verleden het geval was. Er werd in 2021 in maar een aantal gemeenten gemiddeld onder de prijs verkocht en dan vooral in dure gemeenten als Blaricum, Laren en Wassenaar.

Er werd ook steeds hoger overboden. In zeventien gemeenten werden huizen voor 10 procent meer dan hun vraagprijs gekocht, terwijl dat in de voorbije jaren in geen enkele gemeente gebeurde.

Hoe meer woningen boven de vraagprijs worden verkocht, hoe krapper de woningmarkt is. Dat blijkt ook uit de transactiecijfers. In 2014 stond een woning nog gemiddeld anderhalf jaar te koop en vorig jaar was dat gemiddeld minder dan twee maanden. Dat is volgens het CBS een absoluut minimum.

Het CBS en het Kadaster voerden het onderzoek naar de spanning op de koopwoningmarkt uit in opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken.