De onderhandelingen over het beoogde Europese verbod op de invoer van Russische olie stokken, doordat Hongarije eist dat er eerst garanties komen voor levering vanuit andere landen.

Voorzitter van de Europese Commissie Ursula von der Leyen sprak maandag tijdens een diner in Boedapest met premier Viktor Orbán over de kwestie. Dat gesprek was volgens een woordvoerder "nuttig en bruikbaar, maar het technische werk gaat door".

Volgens de Hongaarse minister van Buitenlandse Zaken Péter Szijjártó was dat anders. Die noemde het diner "een kleine stap voorwaarts", maar gaf aan dat er nog veel werk was.

"Het sanctiepakket is een atoombom op de Hongaarse economie. Een boycot op olie zou onze energiezekerheid helemaal onderuit halen. Zolang de Europese Commissie ons geen alternatieven kan bieden, kunnen wij dit pakket niet ondersteunen", zei hij dinsdag.

Uitzonderingen voor Hongarije, Slowakije en Tsjechië

De Commissie presenteerde haar voorstellen voor een zesde sanctiepakket vorige week woensdag, maar een akkoord tussen de 27 lidstaten blijft vooralsnog uit. Naast onder meer strafmaatregelen tegen een zestigtal personen en drie Russische tv-zenders wil de EU een verbod op de invoer van Russische olie.

Er zou binnen zes maanden een ban op ruwe aardolie moeten komen en voor het einde van het jaar een verbod op de import van geraffineerde olie. Hongarije, Slowakije en Tsjechië krijgen volgens het plan uitstel en hulp van de EU om toch aan olie te komen. Maar vooral Hongarije vindt dat niet genoeg.

Binnenkort onderhandelen de Commissie en de leiders van de EU-landen via een videoverbinding verder. Het is het eerste sanctiepakket waarover niet meteen overeenstemming wordt bereikt.