Winkels verkochten in maart 8,8 procent meer dan in dezelfde maand vorig jaar. Vooral schoenen- en kledingwinkels deden goede zaken. Supermarkten en andere verkopers van eten en drinken zagen hun opbrengsten juist dalen. Dat meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) vrijdag.

De omzet bij non-foodwinkels was vorige maand maar liefst 27 procent hoger dan in maart vorig jaar. Dit kwam doordat een jaar geleden nog sprake was van een lockdown, waarin de meeste winkels die geen eten en drinken verkochten, dicht moesten blijven.

De verkopers van kleding konden de grootste omzetplus noteren in maart: 53,5 procent. Ook onder meer doe-het-zelfzaken, schoenenwinkels en verkopers van consumentenelektronica boerden goed.

Voor verkopers van eten en drinken, zoals supermarkten en speciaalzaken, was vorige maand minder rooskleurig. Ze verkochten gemiddeld 6,2 procent minder producten. De prijzen waren wel hoger dan vorig jaar, waardoor het verlies in inkomsten beperkt bleef tot 0,9 procent. Vooral supermarkten verkochten minder; speciaalzaken zagen hun inkomsten stijgen met 3,1 procent.