Enkele duizenden winkeliers zullen de komende maanden besluiten om te stoppen vanwege te hoge schulden. "Wij schatten in dat 20 procent van onze achterban dikke financiële problemen heeft. De helft daarvan zal stoppen of failliet gaan", zegt algemeen directeur Jan Meerman van INretail, de brancheorganisatie voor de mode-, sport- en schoenenbranche, in gesprek met NU.nl.

Hij roept het kabinet dan ook op de belastingschulden uit stellen, zodat winkeliers meer tijd hebben om terug te betalen. "En dan willen ze vanaf 1 oktober ook nog rente vragen, dat kan echt niet. Stop met het pesten van deze ondernemers."

Eerder waarschuwde de Kamer van Koophandel al dat er de komende maanden meer ondernemingen stoppen of failliet gaan dan in de afgelopen periode.

De winkelstraat kreeg tijdens de coronacrisis flinke klappen, aangezien veel bedrijven noodgedwongen de deuren moesten sluiten vanwege de lockdowns. Ondertussen liepen tal van kosten gewoon door. "Het is voor veel ondernemers mentaal niet op te brengen om vijf jaar te werken om een belastingschuld af te lossen. En daar komt de onzekerheid over de torenhoge inflatie en de oorlog in Oekraïne ook nog eens bovenop", aldus Meerman.

De situatie in de winkelstraat gaat inmiddels de goede kant op, constateert de INretail-directeur. "Er komen minder klanten dan voor de coronacrisis, maar ze kopen meer en gerichter. De omzet zit dan ook op hetzelfde niveau als in 2019. Consumenten hebben twee jaar lang niets uitgegeven en flink gespaard. Mensen maken een inhaalslag, ze willen weer winkelen in combinatie met horeca en cultuur."

'Grootwinkelbedrijven bevorderen lokale lobby'

Volgens Meerman hebben zo'n dertig tot veertig grootwinkelbedrijven tijdens de coronacrisis in dertien steden de handen ineengeslagen om de lokale lobby richting bijvoorbeeld de gemeenten te bevorderen. "Dat blijkt zeer succesvol. We gaan uitbreiden naar twintig steden en dat kunnen er zelfs meer worden. Het gaat om een actieve lobby om de problemen van ondernemers onder de aandacht te brengen."

Meerman verwijst naar Utrecht, waar het ondernemers is gelukt om het winkelende publiek zoveel mogelijk te spreiden. "Winkeliers hebben op verzoek van de gemeente hun klanten aangeschreven niet allemaal op het drukste moment te komen, zoals op zaterdag. Daar stonden dan bepaalde acties tegenover op andere dagen."