Bij de grote pensioenfondsen is de dekkingsgraad het afgelopen jaar gestegen, waardoor de grens om de pensioenen te indexeren in zicht komt. Die verhoging komt er het volgende kwartaal nog niet, maar alle fondsen zeggen die wel te willen doorvoeren zodra het kan.

Pensioenfondsen mogen de pensioenen pas verhogen als de zogenoemde beleidsdekkingsgraad, het gemiddelde van alle dekkingsgraden over een jaar tijd, 110 procent bedraagt. Dat betekent dat het fonds voor elke euro die het uitgeeft 1,10 euro in kas heeft. De ambitie van het kabinet is om die grens vanaf 1 juli te verlagen naar 105 procent.

In dat geval komen al heel wat fondsen in de buurt van de grens. Het metaal- en technologiefonds PME, het ambtenarenfonds ABP en het bouwpensioenfonds bpfBOUW zitten er al boven. PMT, dat ook voor de metaal- en technieksector geldt, en Pensioenfonds Zorg & Welzijn komen met 103 procent in de buurt.

Met 121,9 procent is bpfBOUW het enige grote pensioenfonds dat ook al boven de grens van 110 procent zit. Het fonds voerde vorig jaar al een indexatie door en denkt na over nog een indexatie, maar die komt er nog niet meteen. De dekkingsgraden zijn bij bpfBOUW veel hoger dan bij de rest omdat het fonds vooral in vastgoed belegt. Dat is tijdens de coronapandemie fors in waarde gestegen.

Hoewel de beurzen het het afgelopen kwartaal minder goed deden door de oorlog in Oekraïne, gingen alle dekkingsgraden toch verder de hoogte in. Dat heeft volgens de meeste fondsen te maken met de stijgende rente. Daardoor moeten de fondsen minder bijbetalen op hun pensioenverplichtingen, waardoor ze meer geld in kas houden.