Ondernemers die in de schulden zitten, krijgen volgens de Nationale ombudsman van hun gemeente lang niet altijd de hulp die ze nodig hebben. Reinier van Zutphen zegt dat er sprake is van willekeur, omdat gemeenten totaal verschillende criteria gebruiken. Hij roept de lokale overheden op ervaringen en kennis uit te wisselen en het beleid gelijk te trekken.

Nationale ombudsman Van Zutphen evalueert in een rapport of gemeenten de situatie hebben verbeterd sinds een oproep in 2018. Nog lang niet alle gemeenten voldoen volgens hem aan het minimumniveau dat verwacht mag worden. "Zelfstandigen in dezelfde winkelstraat krijgen, als ze in verschillende plaatsen wonen, soms heel andere hulp."

Ook is het voor zelfstandigen vaak moeilijk uit te zoeken waar ze bij de gemeente moeten zijn voor schuldhulp. Daarnaast hebben veel lokale overheden zich tijdens de coronacrisis meer op steun aan burgers gericht en hebben ze ondernemers doorverwezen naar commerciële partijen. De Nationale ombudsman benadrukt dat ook bij doorverwijzingen de gemeente verantwoordelijk blijft voor de kwaliteit en de toegang van de hulp.

Ten slotte is de drempel voor ondernemers vaak hoger dan voor particulieren. Het gaat bij die eerstgenoemde groep doorgaans om hogere schulden en bovendien hebben velen van hen al langere tijd financiële problemen als ze zich melden. Daarbij is veelal sprake van stress en schaamte en daar moet volgens Van Zutphen rekening mee worden gehouden bij de dienstverlening.

De Nationale ombudsman wil dat gemeenten, naast het uitwisselen van kennis en ervaringen, investeren in deskundigheid om ondernemers te helpen. Verder moet iedere gemeente een makkelijk te vinden en laagdrempelig loket hebben, waar ondernemers met probleemschulden zich kunnen melden.