Het tekort op de begroting bedroeg het afgelopen jaar 22 miljard euro, of 2,5 procent van het bruto binnenlands product (bbp). Dat is 8 miljard euro minder dan vorig jaar en brengt het tekort onder de 3 procentgrens die de Europese Commissie oplegt. De overheidsschuld groeide wel: met 13 miljard euro naar 448 miljard euro of 52,1 procent van het bbp. Dit meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) vrijdag.

In tegenstelling tot 2020, toen de begroting voor het eerst in vijf jaar in het rood ging, namen de inkomsten uit belastingen en premies het afgelopen jaar toe. De btw-inkomsten stegen met 9 procent en de vennootschapsbelasting bracht 40 procent meer op. Daarnaast verdiende de overheid ook meer geld aan aardgas, waarvan de prijs al een tijd fors toeneemt.

Ook de uitgaven namen toe, maar minder sterk dan de inkomsten. Dat komt vooral doordat er minder moest uitgegeven worden aan coronasteunmaatregelen zoals de NOW-subsidie (daarmee neemt de overheid een deel van de loonkosten van bedrijven op zich).

Testen en vaccins gekocht

Daar stond wel tegenover dat de overheid veel meer zaken heeft aangekocht dan in 2020. Zo werd er meer uitgegeven aan coronatesten, vaccins en callcenters voor bron- en contactonderzoek. En de verloningen van ambtenaren kostten 4 procent meer.

De Europese Commissie legt op dat het begrotingstekort van de EU-lidstaten niet hoger mag zijn dan 3 procent van het bbp en de schuld moet onder de 60 procent blijven. Vanwege de coronapandemie heeft de Commissie die regels tijdelijk opgeschort, maar Nederland is er dus in geslaagd om zowel tekort als schuld vorig jaar opnieuw onder die grens te krijgen.