De ministers van Financiën van EU-landen zijn het in Brussel niet eens geworden over een minimumtarief van 15 procent voor de vennootschapsbelasting voor multinationals met een jaaromzet van minstens 750 miljoen euro. De beoogde EU-richtlijn is gebaseerd op een overeenkomst tussen bijna 140 landen.

De Franse minister van Financiën Bruno Le Maire, onder wiens voorzitterschap de onderhandelingen tussen de lidstaten plaatsvinden, had deze maand tot een akkoord willen komen, maar de vereiste unanimiteit was er niet. Nederland steunde de voorstellen wel.

Malta, Cyprus en Hongarije hadden nog twijfels over onder meer de snelheid waarmee de maatregelen moeten worden ingevoerd en een aantal technische details. Maar onder meer Hongarije zei zich niet te verzetten tegen de invoering van zo'n minimumbelasting.

Eerder werden 140 landen het al eens over de minimumbelasting. Maar zolang niet alle EU-landen met het plan akkoord gaan, is het moeilijk uitvoerbaar. Bedrijven kunnen zich dan nog steeds in de EU vestigen zonder een hoog belastingtarief te hoeven betalen.

Het minimumtarief moet een eind maken aan de zogeheten race to the bottom, waarbij landen elkaar kunnen beconcurreren met lage belastingtarieven om bedrijven aan te trekken.

Het plan betekent ook dat onder andere grote Amerikaanse techbedrijven als Apple, Facebook, Google en Amazon belasting moeten betalen in landen waar ze de omzetten daadwerkelijk behalen. Nu betalen de concerns alleen belastingen in landen waar ze gevestigd zijn, iets wat belastingontwijking makkelijker maakt.