De Russische luchtvaartmaatschappij Aeroflot vliegt vanaf dinsdag nauwelijks meer buiten de eigen landsgrenzen. Alleen vluchten binnen Rusland en naar Belarus gaan dan nog door. Andere Russische maatschappijen nemen vergelijkbare stappen.

Met het besluit voldoet Aeroflot aan een opdracht van de Russische luchtvaartautoriteiten. Die riepen luchtvaartmaatschappijen die leasevliegtuigen hebben van westerse bedrijven op niet meer buiten de landsgrenzen te vliegen.

Daarmee moet worden voorkomen dat die vliegtuigen in beslag worden genomen. Volgens de sancties van de Europese Unie moeten die vliegtuigen uiterlijk 28 maart worden teruggegeven aan de leasemaatschappijen.

Voor die leasemaatschappijen wordt de kans steeds kleiner dat ze hun honderden Boeing- en Airbus-toestellen ter waarde van miljarden euro's nog terugzien. De Russische regering is volgens president Vladimir Poetin in gesprek met leasemaatschappijen over een oplossing.

Voor Rusland betekent de beslissing ook dat het land verder afgesloten raakt van de buitenwereld. In de Europese Unie waren Russische vliegtuigen al niet meer welkom vanwege de door Rusland begonnen oorlog in Oekraïne. Naar andere landen zoals China en Turkije konden Russische luchtvaartmaatschappijen nog wel vliegen. Die mogelijkheid is nu echter ook afgesloten.