Varkens worden in Nederlandse slachthuizen nog altijd levend verdronken in gloeiend heet water. Vooral bij het bedwelmen en doden van de beesten gaat het vaak mis, zo blijkt uit onderzoek van Varkens in Nood.

De ernstige misstanden vinden ook plaats in slachthuizen met vrijwillig cameratoezicht en inspecteurs van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA). Varkens in Nood roept de overheid dan ook op strengere maatregelen te nemen.

Volgens het onderzoek komen deze overtredingen bij meerdere slachthuizen voor, ondanks het aanwezige toezicht. Uit undercoverbeelden die Varkens in Nood onlangs maakte bij slachthuis Gosschalk bleek bovendien dat veel overtredingen onopgemerkt blijven.

De dierenrechtorganisatie vroeg bij de NVWA de rapporten op over overtredingen die zijn opgesteld door NVWA-inspecteurs. Daaruit blijkt dat varkens nog steeds levend het kokend hete water ingaan.

"Ik zag daar dat een varken direct nadat de neus met het hete broeiwater in contact kwam, begon te bewegen en dat het dier zijn kop oprichtte om contact met het hete water te ontwijken. Naarmate het varken met de kop verder in het hete water zakte werden de bewegingen van het hele lichaam heftiger", schrijft een inspecteur.

Bij het huidige cameratoezicht blijven de opnames in bezit van het slachthuis. Inspecteurs van de NVWA moeten zelf naar een slachthuis om daar beeldmateriaal te bekijken, waardoor veel overtredingen onopgemerkt blijven. Varkens in Nood pleit voor verplicht en onafhankelijk toezicht waarbij de NVWA vanaf een externe locatie rechtstreeks kan meekijken.