De kans is groot dat het thuiswerkadvies wordt versoepeld van 'werk thuis tenzij' naar 'werk thuis als het kan' of nog vrijblijvender dan dat. Als we teruggaan naar kantoor zal dat stapsgewijs gaan en in geen geval de hele week, blijkt een rondgang van NU.nl langs grote bedrijven en de Rijksoverheid. Dat is voor de één een zegen en voor de ander een vloek.

"In algemene zin zitten werknemers niet te springen om terug naar kantoor te gaan", zegt Mark van Vugt, hoogleraar psychologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam (VU), die onderzoek doet naar thuiswerken. "De meesten willen alleen terug met een reden en het is aan de werkgever om die reden te geven."

Uit de rondvraag van NU.nl blijkt dat grote bedrijven voornemens zijn om werknemers maximaal voor de helft van de tijd naar kantoor te laten komen. Dat geldt voor Ahold, ING en Achmea. KPN laat de werknemers 60 procent van de tijd thuiswerken.

"Percentages erop plakken is een manier om niet met het probleem om te gaan", zegt Van Vugt. Met het probleem doelt hij op hoe verder op de werkvloer na corona. "Je moet kijken naar de werkzaamheden en wie dat moeten doen en wat dan het best werkt. Uitgaan van de mensen en de inhoud dus."

Sociale hub botst met rustig werken

Ook Ella Hafermalz, hoofddocent Digitale Innovatie aan de VU, is kritisch op het toekomstige beleid. "Als het thuiswerkadvies versoepeld wordt, geeft dat het idee dat er keus is, maar is die er ook?", stelt zij retorisch. "De ene werknemer wil het kantoor als sociale hub, de andere wil er juist rustig kunnen werken. Dat laat zich lastig verenigen."

Ambtenaren bij de Rijksoverheid, met 75.000 werknemers die thuis kunnen werken, geven volgens een woordvoerder aan dat zij "af en toe" collega's willen zien. Ahold stelt dat het kantoor is bedoeld om samen te werken en thuis om geconcentreerd te werken en te vergaderen. KPN, met achtduizend werknemers die vanuit huis werken, stelt dat "de balans op dit moment zoek is".

“Mensen met meer werkervaring hebben vaak meer geld en thuis meer ruimte om daar ook te kunnen werken. Bij starters is het tegengestelde het geval.”
Ella Hafermalz, hoofddocent Digitale Innovatie aan de VU

Volgens de NS, met vijfduizend thuiswerkers, zijn werknemers nu al welkom als hun mentale welzijn in het gedrang komt. "Of werknemers al dan niet willen thuiswerken, hangt ook van persoonlijke voorkeuren af." Waar de een floreert op de werkvloer, doet de ander dat juist thuis.

Dat kan te maken hebben met senioriteit, zegt Hafermalz. "Mensen met meer werkervaring hebben vaak meer geld en thuis meer ruimte om daar ook te kunnen werken. Bij starters is het tegengestelde het geval. Zij willen naar kantoor, voor de ruimte, sociale interactie en om te leren van de mensen met meer ervaring, die er misschien niet zijn."

'Keuze om thuis te werken hoort bij inclusief beleid'

Volgens Van Vugt is het een utopie om de keus te laten afhangen van het individu. "Maar de werkgever heeft het in deze tijd van personeelstekorten ook niet meer helemaal voor het zeggen. Werknemers kunnen meer eisen stellen, dus ook dat ze liever thuiswerken."

De hoogleraar vindt dat de mogelijkheid tot thuiswerken ook te maken heeft met een inclusief beleid. "Waarbij je werknemers niet discrimineert op hun voorkeur of ze liever thuis of op kantoor werken, door bijvoorbeeld de zichtbare werknemer eerder promotie te geven."