Nederland is een van de landen die het meest profiteren van de vrije handel tussen de lidstaten van de Europese Unie, stelt het Centraal Planbureau (CPB) woensdag. Het CPB berekende dat de Nederlandse economie structureel 3,1 procent groter is door de vrijhandel.

Dat Nederland meer profiteert dan veel andere landen komt doordat ons land relatief veel handelt met andere EU-landen. Volgens het onderzoek, dat is uitgevoerd in opdracht van het ministerie van Buitenlandse Zaken, zijn de voordelen in de loop der jaren groter geworden doordat het aantal lidstaten groeide.

Sommige andere landen profiteren nog meer dan Nederland van de vrije handel, waaronder België, Ierland, Luxemburg en enkele landen uit Midden- en Oost-Europa.

Volgens de onderzoekers hebben alle bedrijfstakken in Europa baat bij de vrijhandel, maar zijn er wel verschillen. Met name de Europese kledinghandel en chemische sector hebben er profijt van. De voordelen voor de mijnbouw en bedrijven die zich specialiseren in papier en drukwerk zijn juist beperkt gebleven.

Landen die niet bij de EU zijn aangesloten, hebben amper voordeel van de Europese vrijhandel of ondervinden er zelfs nadeel van, doordat de handel met EU-landen juist is teruggelopen. Uitzondering hierop zijn landen die niet tot de EU behoren, maar er wel nauw economisch mee samenwerken, zoals Noorwegen.

Het onderzoek heeft vooral gekeken naar de economische gevolgen van de vrijhandel. Minder aandacht was er voor de gevolgen op het gebied van bijvoorbeeld migratie en buitenlandse investeringen, omdat deze lastig in cijfers zijn uit te drukken.