De WOZ-waarde van woningen is vorig jaar met gemiddeld 9 procent gestegen. Dat meldt Vereniging Eigen Huis (VEH) dinsdag op basis van cijfers van de Waarderingskamer, die toezicht houdt op de door gemeenten vastgestelde waarden. Gemeenten baseren hun onroerendezaakbelasting (ozb) op de WOZ-waarde. Deze heffingen zijn dit jaar in doorsnee minder hard gestegen.

Gemeenten stellen ieder jaar vast hoeveel huizen waard zijn. Doordat de huizenprijzen al jaren hard oplopen, stijgen ook deze zogeheten WOZ-waarden mee. Maar de extreme prijsstijgingen van vorig jaar zijn nog niet meegerekend. Gemeenten kijken voor de WOZ-waarde namelijk naar de geschatte waarde van een woning van een jaar eerder.

Voor de belastingen is een woning dit jaar gemiddeld 316.000 euro waard. Dat was een jaar eerder nog 290.000 euro. In de laatste maand van vorig jaar werd gemiddeld zo'n 400.000 euro betaald voor een bestaande koopwoning, meldden het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en het Kadaster maandag.

De ozb die huiseigenaren jaarlijks over de waarde van hun huis betalen, is volgens berekeningen van VEH met gemiddeld 2,5 procent gestegen. Dat deze heffing niet zo hard steeg als de WOZ-waarde, komt doordat sommige gemeenten het belastingpercentage hebben verlaagd om woningeigenaren te ontzien. Het ozb-tarief kan per gemeente sterk verschillen.

In de eerste maanden van het jaar krijgen huishoudens de jaarlijkse aanslag gemeentelijke woonlasten. Hierop staat de nieuwe WOZ-waarde van de woning. De WOZ-waarde voor 2022 is gebaseerd op de waarde van de woning op 1 januari 2021.

Mogelijk is een nieuwe verplichte meetmethode dit jaar ook van invloed op de WOZ-waarde. Gemeenten moeten alle schattingen namelijk vaststellen op basis van de oppervlakte van een woning. Eerder mochten ze zich ook baseren op de inhoud van een woning.