KLM heeft tot dusver voldaan aan de voorwaarden van het steunpakket van de Nederlandse overheid. Wel moet de luchtvaartmaatschappij nog meer maatregelen nemen om de concurrentiepositie ook na dit jaar te verbeteren. Dat is de conclusie van Jeroen Kremers, die namens het kabinet toezicht houdt op KLM, schrijft het ministerie van Economische Zaken vrijdag in een brief aan de Tweede Kamer.

De Nederlandse Staat stelde in juni 2020 3,4 miljard euro beschikbaar voor KLM. De steun, die het bedrijf kreeg omdat het door wereldwijde lockdowns in zwaar weer verkeerde, bestond uit twee delen: een lening van 1 miljard euro en een garantstelling voor een lening van 2,4 miljard euro.

Aan de steun zaten echter wel voorwaarden verbonden. Zo moest de luchtvaartmaatschappij 15 procent van de "beïnvloedbare kosten" schrappen, dat betekende onder meer dat er in het personeelsbestand gesneden werd, en werden er afspraken gemaakt over loonsverlagingen.

KLM heeft in 2021 "ruimschoots" aan deze voorwaarden voldaan, valt te lezen in de Kamerbrief. Ook verwacht 'staatsagent' Kremer dat de luchtvaartmaatschappij dit jaar aan de voorwaarden zal voldoen. Wel zijn er aanvullende maatregelen nodig vanuit KLM om dezelfde doelen na 2022 te halen. De toezichthouder noemt een nieuwe bezuinigingsronde als voorbeeld, maar noemt ook productiviteitsverbetering als mogelijke maatregel.

Kremer ziet dat de luchtvaartmaatschappij zich in de afgelopen twee jaar vooral richtte op crisismanagement en dat het door de voortdurende pandemie lastig is om een plan te maken voor "structuurversterking op de lange termijn". Het structureel verbeteren van de concurrentiepositie wordt echter wel gezien als een noodzaak, valt te lezen in de Kamerbrief.

Ook gesprek over belastingontwijking door piloten

Ook moet KLM beter zijn best doen om te voorkomen dat het meewerkt aan belastingontwijking door piloten en cabinepersoneel dat buiten Nederland woont. De regeling voor hun reiskostenvergoeding maakt het makkelijk om in het buitenland te gaan wonen om belastingtechnische redenen. Kremers gaat hierover in gesprek met de luchtvaartmaatschappij.

Nieuwsuur meldde bijna twee jaar geleden dat een op de tien KLM-piloten in het buitenland woont. Een deel van hen zou dat volgens het programma op aanraden van belastingadviseurs doen. Kremers komt op een vergelijkbaar percentage uit. 11 procent van de piloten en 5 procent van het cabinepersoneel wonen buiten Nederland, zo'n 680 medewerkers in totaal. Vaak wonen ze in Spanje.

Volgens Kremers is het niet te doen om van iedereen te controleren om welke reden de KLM-medewerkers in het buitenland wonen. Wel zegt hij met KLM te kijken of er "generieke initiatieven om aan mogelijke facilitering een einde te maken" mogelijk zijn. Hij denkt dan aan een maximum van de reiskostenvergoeding, gelijk aan de reiskostenvergoeding voor medewerkers die in Nederland wonen, of aan strengere gedragsregels.