Het kabinet verwacht dat het personeelstekort in de sector zorg en welzijn tot 2031 oploopt van ongeveer 49.000 mensen in 2022 tot 135.000 in 2031. Dat schrijft minister Conny Helder (Langdurige Zorg en Sport) donderdag in een brief aan de Tweede Kamer.

Helder deelt in de brief de uitkomsten van de jaarlijkse arbeidsmarktprognose voor de zorg die in opdracht van het kabinet is opgesteld. De uitkomsten zijn vergelijkbaar met die van vorig jaar, hoewel het tekort voor 2022 kleiner is dan de 56.000 tot 74.000 personen waar in 2021 voor dit jaar op werd gerekend.

Uit de prognose blijkt dat de grootste tekorten de komende jaren zullen ontstaan in de verpleging en in de thuiszorg. Helder wijt het oplopende tekort aan een kleinere toename van het aanbod van medewerkers en een stijging van de vraag naar zorg door de vergrijzing.

Waar de meeste beroepsgroepen te maken krijgen met een groter tekort, neemt dat volgens de prognose onder huisartsen en ondersteuners tot 2031 juist af van honderd tot nul personen. Het tekort aan medisch specialisten zou stabiel blijven op driehonderd, is de verwachting.

Hetzelfde geldt voor medewerkers sociaal-maatschappelijke dienstverlening op mbo-niveau 4. Dat blijft stabiel op vierhonderd personen. Medewerkers in de kinderopvang zijn niet meegenomen in de prognose.

"Om het tekort terug te dringen, heeft het aantrekkelijker maken van het werken in de zorg hoge prioriteit", schrijft Helder aan de Kamer. De minister belooft aan de slag te gaan met een vervolgaanpak voor de arbeidsmarktvraagstukken in zorg en welzijn.