China heeft de kosten voor bankleningen verlaagd. Daarmee wil Peking de haperende economie een boost geven. Door de verlaging worden bijvoorbeeld hypotheken iets goedkoper, wat de vraag naar woningen mogelijk zal ondersteunen. Dat is belangrijk met het oog op de vastgoedcrisis waar het land onder gebukt gaat.

De economie van China rapporteerde in de laatste maanden van vorig jaar een tragere groei, vooral onder druk van de geplaagde vastgoedsector. Verschillende vastgoedontwikkelaars kwamen in de problemen bij het aflossen van hun schulden en meer wanbetalingen dreigen.

De rente die commerciële banken rekenen aan zakelijke kredietnemers werd in december voor het eerst in twintig maanden verlaagd. Donderdag gingen de tarieven verder omlaag. De centrale bank verlaagde eerder deze week ook al de rente op zogenoemde eenjarige beleidsleningen aan financiële instellingen. Dat was de eerste verlaging van dat rentetarief sinds begin 2020.

China was overigens de enige grote economie die in 2020 groeide, nadat het de uitbraak van COVID-19 snel onder controle had gekregen. Het land heeft nu echter te kampen met verschillende plaatselijke uitbraken, terwijl de vastgoedmarkt inzakt en de regelgeving vorig jaar op grote schaal is aangescherpt.