DSB, het restant van de voormalige bank van ondernemer Dirk Scheringa, heeft uitstel van betaling gekregen van de rechter in Amsterdam. Volgens de bewindvoerders is dit juridisch gezien de beste manier om het laatste restje geld uit de boedel te verdelen. Dat zal gebeuren via een akkoord dat aan de schuldeisers wordt aangeboden.

Het faillissement van het 'oude' DSB werd in december juist na jaren formeel beëindigd. Maar honderdduizenden voormalige klanten van de bank kunnen nog wat extra geld tegemoetzien. Bij de afwikkeling van het bankroet zijn in principe alle schuldeisers al vergoed. Maar daarbij is de rente over gelden na het faillissement van dik twaalf jaar terug niet meegenomen.

Na aftrek van de verwachte uitvoeringskosten is er nog ongeveer 650 miljoen euro over om uit te keren. Daarmee zou DSB 88 procent van de rentevorderingen kunnen betalen.

Als de uitdeling is afgerond, zal DSB echt ophouden te bestaan. Voor een groot deel van de klanten gaat het waarschijnlijk om minder dan 10 euro extra compensatie, maar bij sommigen kan het ook om hogere bedragen gaan.

DSB viel in 2009 om nadat financieel activist Pieter Lakeman spaarders had opgeroepen tot een bankrun. Onderzoek van de curatoren wees later uit dat het gedrag en de onkunde van Scheringa DSB fataal waren geworden. De topman investeerde veel in spelers voor voetbalclub AZ, een museum, een schaatsploeg en twee zakenvliegtuigen, terwijl daar helemaal geen geld voor was.