In Nederland zijn in verhouding tot de beroepsbevolking het op een na grootste aantal mensen aan het werk, blijkt dinsdag uit cijfers van de OESO, waar zo goed als alle rijke landen in verenigd zijn. Het zogenoemde werkloosheidspercentage in ons land bedraagt 2,7 procent. Van alle OESO-landen is de werkloosheid alleen lager in Tsjechië (2,2 procent).

Het werkloosheidspercentage daalde in het hele OESO-gebied van 5,7 procent in oktober naar 5,5 procent in november. Het aantal werklozen kwam op 36,9 miljoen terecht, wat er nog altijd 1,5 miljoen meer zijn dan voor de pandemie. In Nederland daalde het percentage van 2,9 procent naar 2,7 procent (tot 251.000 werklozen).

Japan was het enige OESO-land waar de werkloosheid omhoogging (een plus van 0,1 procentpunt). Spanje had met 14,1 procent het hoogste werkloosheidspercentage van de OESO-landen.

In april 2020, toen de coronapandemie net begonnen was, piekte de werkloosheid in het OESO-gebied op 14,7 procent. De organisatie waarschuwt wel dat de forse val nu voorzichtig moet geïnterpreteerd worden, omdat er vooral veel tijdelijk werklozen opnieuw aan het werk zijn gegaan. In de VS en Canada worden tijdelijk werklozen geregistreerd als werkloos, terwijl ze in de meeste Europese landen nog steeds als werkenden worden gezien.

In onder andere Nederland, maar ook in Australië, Chili, Frankrijk, Italië, Zuid-Korea, Litouwen, Nieuw-Zeeland, Portugal en Turkije zat de werkloosheid in november onder het niveau van voor de coronacrisis.