Door een tekort aan halfgeleiders is de Europese automarkt voor het tweede jaar op rij gekrompen, blijkt uit nieuwe cijfers van ACEA, de Europese koepel van autobouwers. In 2021 rolden 9,7 miljoen nieuwe auto's uit de showrooms. Dat zijn er 200.000 minder dan in 2020, maar ruim 3 miljoen minder dan in 2019, het jaar voorafgaand aan de pandemie.

De daling zat vooral in de laatste zes maanden van het jaar, waarin de verkoopcijfers telkens lager uitvielen dan een jaar eerder. In december 2021 kwam de verkoop uit op 795.295 nieuwe auto's, 22,8 procent minder dan een jaar eerder.

In Nederland daalde het aantal verkochte nieuwe auto's vorige maand minder hard dan gemiddeld in de EU. Er werden 35.708 nieuwe modellen verkocht, 15,7 procent minder dan een jaar eerder. Op jaarbasis daalde de verkoop van nieuwe auto's in Nederland wel harder dan in de hele EU. Met 9,2 procent daling kwam die uit op 322.831 stuks.

In Duitsland, de grootste automarkt van de EU, daalde de verkoop van nieuwe auto's met 10,1 procent naar 2,6 miljoen verkochte wagens. Italië, Spanje en Frankrijk, de drie volgende markten, lieten op jaarbasis juist groei zien.

Autoproducent Volkswagen, waar ook merken als SKODA, SEAT en Audi onder vallen, bleef marktleider in de EU, al zag het zijn marktaandeel vorig jaar wel licht dalen tot ruim een kwart. Stellantis, moederbedrijf van onder andere Peugeot, Fiat, Opel en Citroën, was goed voor bijna 22 procent van de markt en daarmee de nummer twee. Renault, dat ook Dacia's verkoopt, volgde op de derde plek met een marktaandeel van 12,6 procent.