Olie- en gasconcern Shell gaat samen met de Schotse energieleverancier ScottishPower twee op zee drijvende windparken bouwen. Dat zullen de eerste grootschalige drijvende windparken in Britse wateren worden. Ze komen voor de oostkust van Schotland te liggen en moeten in de toekomst genoeg stroom opwekken om zes miljoen huishoudens van elektriciteit te voorzien.

Drijvende windparken zijn geschikt voor gebruik in diepere wateren, waar het niet mogelijk is om vaste funderingen te plaatsen. De techniek heeft zich volgens Shell en ScottishPower al bewezen, maar zou nog niet eerder op zo'n grote schaal zijn toegepast.

Eerder dit jaar leverde de Nederlandse offshore-aannemer Boskalis de laatste drijvende windturbine af voor het Kincardine-project. Het relatief kleinschalige windpark voor de kust van het Schotse Aberdeen is een van de eerste commerciële drijvende windmolenparken ter wereld

De nieuwe windparken, waarvoor Shell en ScottishPower de aanbesteding hebben gewonnen, heten MarramWind en CampionWind en moeten respectievelijk 3 en 2 gigawatt aan energie gaan opwekken. Het is nog niet bekend wanneer de projecten gereed moeten zijn. De twee ondernemingen melden dat de plannen voor de ontwikkeling zijn gestart, maar dat de definitieve investeringsbeslissingen nog niet zijn genomen.

In Schotse wateren moeten zeventien nieuwe windparken verrijzen, waaronder tien drijvende windparken. De turbines zijn samen goed voor 24 gigawatt. Naast Shell en ScottishPower zullen bedrijven als BP en Vattenfall aan de slag gaan. Schotland haalt met de projecten zo'n 700 miljoen pond op, omgerekend 837,7 miljoen euro.

Voor de Nederlandse kust wil het kabinet voor 2030 minimaal 11 gigawatt aan windenergie realiseren. Afgelopen december is een verkenning voor nog eens 10 gigawatt extra gestart.