De groei van de Chinese economie is in het vierde kwartaal van vorig jaar fors afgezwakt onder invloed van vastgoedproblemen en nieuwe lockdowns als gevolg van de coronacrisis. In de laatste drie maanden van het jaar groeide de economie met 4 procent in vergelijking met een jaar eerder, over het hele jaar kwam er 8,1 procent bij.

De groei in het vierde kwartaal is de laagste kwartaalgroei sinds het tweede kwartaal van 2020, toen de coronacrisis net was begonnen. Meteen daarna herpakte de economie van de wereldmacht zich. In de eerste drie maanden van 2021 noteerde het land een recordgroei van 18,3 procent.

De problemen in de vastgoedsector, die zijn begonnen bij bouwreus Evergrande, zetten echter een domper op de feestvreugde. Evergrande heeft sinds de zomer van vorig jaar moeite om zijn schulden af te lossen en dat heeft ook de rest van de Chinese vastgoedsector besmet. Ondertussen zijn er ongeveer tien vastgoedbedrijven met betalingsproblemen en de roep naar Peking om in te grijpen.

Daar komt bij dat er op enkele plekken opnieuw kleine uitbraken van COVID-19 waren, waardoor fabrieken af en toe de deuren moesten sluiten. Al die zaken samen leidden tot een lagere economische groei.

Over het hele jaar laat Peking de coronacrisis wel achter zich. In 2021 groeide de Chinese economie met 8,1 procent, wat net iets meer is dan verwacht en veel meer dan het doel van 6 procent van de overheid. In 2020 groeide het bruto binnenlands product (bbp) van de grootste economie ter wereld met 2,2 procent.

De Chinese centrale bank verlaagde maandag voor het eerst in twee jaar de beleidsrente met 10 basispunten om de economie verder aan te zwengelen. In principe geldt dat mensen bij een lagere rente hun geld sneller uitgeven, omdat het minder opbrengt op hun bankrekening.