Het aantal ondernemers dat het eigen bedrijf vrijwillig heeft gesloten, is in december met 22 procent gestegen ten opzichte van een jaar eerder, meldt de Kamer van Koophandel (KVK) donderdag. In de land- en tuinbouwsector stopten de meeste bedrijven. Dat is volgens hoogleraar bedrijfseconomie Joris Knoben een gevolg van de langdurige onzekerheid waar deze bedrijven mee te maken hebben.

Het overgrote deel bestaat uit bedrijven die diensten verleenden aan de agrarische sector, dus geen landbouwbedrijven. Denk dan bijvoorbeeld aan uitzendbedrijven voor seizoenswerkers of bedrijven die landbouwmachines verkopen.

Knoben, als hoogleraar verbonden aan de Radboud Universiteit, wijst erop dat aan het begin en het einde van het jaar altijd relatief veel bedrijven stoppen.

Maar volgens hem is de forse stijging in december waarschijnlijk aan de coronamaatregelen te wijten. "De toename van het aantal stoppers in de land- en tuinbouw komt waarschijnlijk door de grote en langdurige onzekerheid waar die ondernemers mee te maken hebben", zegt hij.

Die onzekerheid is onder meer terug te voeren op de stikstofproblematiek in deze sector. Daarnaast zijn plannen om ermee te stoppen mogelijk door de aanscherping van de coronamaatregelen in een stroomversnelling geraakt.

Meer faillissementen en minder starters

Het aantal faillissementen nam in december met 4 procent toe naar 171, meldt de KVK. Daarmee bereiken de faillissementen volgens Knoben stilaan weer een normaal niveau.

In de voorbije maanden gingen uitzonderlijk weinig bedrijven failliet, wat vooral te danken was aan de steunmaatregelen vanuit de overheid. "Veel van die maatregelen zijn inmiddels afgebouwd of versoberd en een aantal bedrijven moet nu ook eerder ontvangen steun terugbetalen", legt de hoogleraar uit.

In december kwamen er in Nederland ook 3.571 bedrijven bij, 1 procent minder nieuwe ondernemingen dan een jaar eerder. De gezondheidszorg zag de meeste starters, vooral in de ondersteuning van mensen met een beperking of ouderen en in de kinderopvang. Volgens Knoben is dat een gevolg van de privatisering van een deel van de gezondheidszorg en de kabinetsplannen om de kinderopvang goedkoper te maken.