Hongarije gaat op 1 februari de prijzen van suiker, tarwebloem, zonnebloemolie, varkensbeen, kippenborst en halfvolle melk in de supermarkten verlagen naar het niveau van half oktober, kondigt premier Viktor Orbán woensdag aan. Daarmee wil hij verdere inflatie tegengaan.

Het leven in Hongarije werd in november 7,4 procent duurder. Dat was de sterkste stijging in veertien jaar tijd. Eerder begrensde de Hongaarse regering al brandstof- en energieprijzen en bevroor ze de hypotheekrente. Waarschijnlijk lag de inflatie in december rond hetzelfde niveau.

"De inflatie stijgt in heel Europa door de hoge energieprijzen en daarom stel ik landelijke prijsverlagingen in", zei Orbán na een vergadering met zijn ministers.

De maatregelen komen niet toevallig op dit moment, want in april moeten de Hongaren naar de stembus. De populariteit van de 58-jarige Orbán zit al een tijd in een dalende lijn en een hoge inflatie kan zijn stempotentieel nog meer schaden.

Orbáns partij Fidesz gaat in de peilingen nog steeds aan de leiding, maar heeft slechts vijf punten voorsprong op de oppositie, die zich voor het eerst heeft verenigd in één front tegen de huidige regering.