Werkgevers krijgen zondag de allerlaatste kans om bij het UWV een definitieve berekening aan te vragen van de loonsteun waar ze in de eerste periode van de coronacrisis gebruik van maakten. Afgelopen najaar hadden bijna tienduizend bedrijven een eerdere deadline gemist. Ze lopen het risico eerder verkregen loonsteun te moeten terugbetalen aan de uitkeringsinstantie.

In de eerste periode van de tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging Werkgelegenheid (NOW) (maart tot en met mei 2020) ontvingen 139.500 werkgevers bijna 8 miljard euro aan ondersteuning in de vorm van loonkosten van het UWV. Bedrijven kregen loonkosten vergoed als ze veel inkomsten misliepen door de pandemie.

Het geld dat ze kregen, was een voorschot op basis van het geschatte omzetverlies. De definitieve tegemoetkoming wordt berekend aan de hand van onder meer het daadwerkelijke omzetverlies.

Het UWV, dat de uitkering van de steun regelt, wil dat ondernemers bij hun aanvraag het exacte omzetverlies vermelden. Als werkgevers de definitieve berekening niet aanvragen, wordt de steun voor de betreffende periode teruggezet naar nul. Ze moeten dan het hele voorschot terugbetalen.

Zo'n 130.000 van de 139.500 werkgevers die tot zondag 31 oktober bij het UWV de definitieve berekening van hun tegemoetkoming konden aanvragen, hebben dat op tijd gedaan. De 9.500 werkgevers die destijds de deadline misten, kregen van de uitkeringsinstantie nog één laatste kans om aan de verplichtingen te voldoen.

Hoeveel van hen inmiddels een aanvraag hebben gedaan, kan het UWV nog niet zeggen. Dat wordt waarschijnlijk in de loop van volgende week bekend. Overigens doet een deel van de bedrijven bewust geen aanvraag, omdat ze ervan uitgaan dat ze uiteindelijk toch geen recht hadden op de loonsteun.