Twintig jaar euro: inflatie viel mee, maar Grieks drama deed pijn
Gefeliciteerd, het geld in je portemonnee is vandaag jarig. Precies twintig jaar geleden werd de euro ingevoerd. Hoewel een Griekse tragedie de munt aan het wankelen bracht, is de verwachting dat we er over twintig jaar toch nog mee betalen. "Maar er zitten gaten in het fundament", vindt ING-expert Bert Colijn.
De basis voor de euro werd in Nederland gelegd, met het Verdrag van Maastricht uit 1992. Daarin spraken Europese leiders af om op termijn één gezamenlijke munt in te voeren. Dit moest onder andere zorgen voor meer internationale handel en concurrentie en minder valutarisico's voor bedrijven.
Niet alle landen die wilden deelnemen, waren economisch even sterk en hadden evenveel begrotingsdiscipline. Zo waren er in Nederland en Duitsland twijfels of het een goed idee was om een land als Italië mee te laten doen. Gaan we daar op den duur geen last van krijgen? De criticasters dolven het onderspit en Italië mocht aan boord van het euroschip. Dat gold ook voor Griekenland, al was daar toen geen of nauwelijks kritiek op.
Hoewel de euro al in 1999 zijn debuut maakte op de financiële markten, duurde het nog drie jaar voordat we hem in de portemonnee kregen. Op 1 januari 2002 was het zover: de gulden maakte definitief plaats voor de euro. Iedere Nederlander kreeg toen een pakketje met daarin alle verschillende euromunten, met een gezamenlijke waarde van 3,88 euro. De invoering ging zonder veel horten en stoten.
In het begin rekenden veel mensen nog om naar guldenprijzen. | Beeld: Getty ImagesKlachten over dure euro
Maar al snel kwamen de eerste klachten dat de euro alles duurder maakte. Zo zouden winkeliers de komst van de euro hebben aangegrepen om prijzen flink te verhogen. Er waren zelfs verhalen over prijzenbordjes waarop simpelweg het guldenteken was vervangen door het euroteken. En omdat een euro ruim 2,20 gulden waard was, zou dit inderdaad een forse verhoging zijn.
Nu, twintig jaar later, lijkt de invoering weinig invloed te hebben gehad op de prijzen. De inflatie was de voorbije twee decennia ongeveer 2 procent per jaar, terwijl in de jaren daarvoor de prijzen juist harder opliepen. Dat de inflatie beperkt bleef, kwam volgens ING-econoom Bert Colijn niet alleen door de euro. "Maar de invoering heeft in ieder geval niet gezorgd dat de prijzen de pan uit rezen."
Eurocrisis zorgt voor tweespalt
Op het gemor over stijgende prijzen na waren er in de eerste jaren nauwelijks problemen. Dat veranderde een paar jaar later door de bankencrisis en vooral de daarop volgende eurocrisis. In 2009 bleek dat het begrotingstekort van de Grieken veel groter was dan ze aan de EU hadden gerapporteerd. Het land kon zijn schulden niet meer aflossen.
De EU was bereid te helpen, maar daarvoor moest de Griekse regering fors bezuinigen. Tot frustratie van veel Grieken, die de pijn in hun portemonnee voelden. Ook in andere zuidelijke landen en in Ierland waren er problemen. Tegelijkertijd ontstond irritatie in andere eurolanden, omdat zij vonden dat ze moesten betalen voor andermans wanbeleid.
Het europroject wankelde. Er kwamen steeds meer geluiden dat we beter af zouden zijn met een noordelijke euro: de neuro. Daaraan zouden onder meer Nederland en Duitsland kunnen deelnemen. Zover kwam het niet, maar de kritiek op de euro is nu, ruim tien jaar na de start van het Griekse drama, nog altijd niet verstomd.
Voorzitter van de Eurogroep Jeroen Dijsselbloem botste regelmatig met de Griekse minister van Financiën Yanis Varoufakis. | Beeld: ANPAlleen politieke wil hield euro overeind
"Het was een existentiële crisis, waarbij het de vraag was of de euro bleef bestaan", stelt Colijn. "Door politieke wil is de euro overeind gebleven en is een diepere crisis afgewend. Maar vooral Griekenland heeft daar een forse prijs voor moeten betalen."
Die crisis toonde volgens hem een van de zwaktes van het systeem. "Vóór de invoering van de euro had Griekenland kunnen besluiten zijn munt te devalueren. Daardoor worden Griekse producten goedkoper voor het buitenland, waardoor de export stijgt. Ook zouden er meer buitenlandse toeristen naar Griekenland komen, omdat het land goedkoop is. Zo leeft je economie weer op. Maar die mogelijkheid heb je als euroland niet meer."
In plaats daarvan moet een land harde bezuinigingen doorvoeren, zoals lagere lonen voor ambtenaren, hogere belastingen en verhoging van de pensioenleeftijd. En dat zijn pijnlijke maatregelen. Niet voor niets leidden die maatregelen tot grote demonstraties en stakingen in Griekenland.
Grieken demonstreerden tegen de harde bezuinigingen. | Beeld: Getty ImagesDNB: Kans op nieuwe crisis kleiner
Toezichthouder De Nederlandsche Bank (DNB) vindt ook dat de crisis heeft aangetoond dat de euro kwetsbaar was, maar wijst erop dat sindsdien de regels zijn aangescherpt, bijvoorbeeld voor nationale begrotingen. Daarnaast is er sinds een aantal jaren een Europees fonds dat leningen verstrekt aan landen die in financiële nood verkeren.
Ook is na de uitbraak van de coronacrisis het Europees Herstelfonds opgezet. Dit fonds moet landen helpen herstellen van de economische gevolgen van de pandemie. Volgens DNB zorgt dit alles ervoor dat het fundament van het eurosysteem sterker is, en dat maakt de kans op een nieuwe crisis kleiner.
Colijn is wat minder euforisch. "Er zitten nog steeds gaten in het fundament van de euro. Zo zijn er nog altijd economisch zwakkere eurolanden en de mogelijkheden die landen hebben om hun eigen economie te versterken, zijn beperkt. Maar er zijn sindsdien wel stappen gezet die de euro sterker maken."
In de toekomst misschien een digitale euro
Hebben we over twintig jaar nog een euro? "Ik denk het wel", zegt Colijn. "Als er een nieuwe crisis komt, hangt het af van politieke wil. Maar zonder een nieuwe crisis blijft de euro sowieso bestaan, zeker als de burgers het willen. Het heeft ons ook best wat gebracht, denk aan meer welvaart en minder valutarisico's."
Voor DNB is ook de bevordering van de concurrentie en internationale handel een winstpunt van de Europese munt. "Daarnaast is het onwaarschijnlijk dat de gulden zonder horten of stoten door de bankencrisis zou zijn gekomen."
Op de vraag of we over twintig jaar nog steeds met de euro betalen, is DNB dan ook uitgesproken. "Natuurlijk betalen we dan nog met de euro. De vraag is meer in welke vorm. De wereld verandert en de euro moet met zijn tijd mee. Zo wordt nagedacht over een digitale euro. Dit bevindt zich nog in een vroeg stadium, dus het is lastig om uit te tekenen hoe de euro er over twintig jaar uitziet. Maar dát we er tegen die tijd nog mee betalen, is zeker."


