Unilever dit jaar in antisemitismetop 10 door beleid van Ben & Jerry's
Het levensmiddelenconcern Unilever staat dit jaar in de wereldwijde 'antisemitismetop 10' die het Simon Wiesenthal Center elk jaar publiceert. De Joodse mensenrechtenorganisatie veroordeelt een beslissing van het Unilever-merk Ben & Jerry's, dat in juli besloot om geen ijs meer te verkopen in Israëlische nederzettingen in bezet Palestijns gebied.
Het ijsmerk was in Israël aanwezig via een bedrijf dat de ijsjes in licentie produceert. Vanaf eind 2021 zouden de ijsjes alleen nog in Israël worden verkocht, maar niet meer op de bezette Westelijke Jordaanoever. Ben en Jerry's noemde de verkoop van producten in bezette gebieden niet in overeenstemming met de waarden van het bedrijf.
De kwestie draait om meer dan ijs alleen, vindt het Simon Wiesenthal Center. De organisatie stelt dat Unilever de "immorele en illegale boycot" van Ben & Jerry's mogelijk maakt. De mensenrechtenorganisatie meent dat de ijsproducent Israël haat en antisemitisch is. Bedrijfsleiders van Unilever zouden "het laten gebeuren".
Het merk Ben & Jerry's is eigendom van Unilever, maar heeft verregaande autonomie en een activistisch imago. Ben & Jerry's staat bekend om zijn inzet voor sociale rechtvaardigheid. Zo spande het ijsmerk zich onlangs in voor onder meer de Black Lives Matter-beweging en lhbtiq+-rechten.
Ben & Jerry's opereert onafhankelijker dan andere Unilever-bedrijven
Unilever kocht de ijsproducent in 2000 en sprak toen af dat het bedrijf onafhankelijker mocht opereren dan andere ondernemingen binnen het concern. Zo is een onafhankelijk bestuur bij Ben & Jerry's bevoegd om te beslissen over de maatschappelijke doelen, de integriteit van het merk en het beleid van het bedrijf.
Unilever staat op de tiende plaats van de lijst die het Simon Wiesenthal Center bekendmaakte. Bovenaan staat Iran, vanwege het regime dat volgens de organisatie de "grootste existentiële bedreiging voor het Joodse volk" vormt. Ook de Palestijnse beweging Hamas, de Britse omroep BBC, de vergelijking tussen het coronabeleid en de Holocaust, sociale media als Telegram, TikTok en Facebook en het Duitse regeringsbeleid staan in de top tien.
