Het aantal seksbedrijven in Nederland is in 21 jaar tijd met 80 procent afgenomen. In 2000, toen prostitutie legaal werd, waren er 1.350 seksbedrijven, ondertussen zijn er nog zo'n 250 over. Dat blijkt uit onderzoek van het tv-programma Pointer. Gemeenten zijn steeds minder bereid om vergunningen te verlenen.

Sinds de afschaffing van het bordeelverbod in 2000 zijn gemeenten zelf verantwoordelijk voor het prostitutiebeleid. Maar omdat er tegenwoordig meer aandacht is voor mensenhandel en uitbuiting, zijn gemeenten huiveriger geworden om vergunningen te verlenen.

"Soms is het zelfs helemaal niet meer mogelijk om een seksbedrijf op te starten", zegt Rodney Haan, criminoloog bij het adviesorgaan CCV, tegen Pointer. Waar het wel nog kan, krijgen prostitutiebedrijven vaak maar een vergunning voor een aantal jaar zonder de zekerheid dat die ook verlengd wordt. "Daarom hebben veel uitbaters de moed op voorhand al opgegeven", zegt André van Dorst van de Vereniging Exploitanten Relaxbedrijven (VER).

Daarnaast is raamprostitutie in steeds minder gemeenten mogelijk. In 2000 kon dat nog in twaalf gemeenten, nu zijn dat er nog maar tien.

Maar ook de coronacrisis speelt een rol in de afname. Omdat sekswerkers niet in aanmerking komen voor de meeste compensatieregelingen, zijn velen de afgelopen maanden aan de slag gegaan als zzp'er. Zo krijgen ze nog inkomsten door bijvoorbeeld mensen in hun woning te ontvangen. Dat is in veel gemeenten niet toegestaan, maar toch ontvangen volgens Pointer minstens vierduizend sekswerkers hun klanten thuis.