De Tweede Kamer wil een verbod op "ongerichte reclames voor risicovolle kansspelen". Kamerlid Michiel van Nispen (SP) diende daarvoor een motie in, die een meerderheid haalde.

Het gaat de Kamer vooral om de toegenomen reclamecampagnes voor online gokken. Dat is onlangs legaal geworden. Partijen zijn bezorgd dat gokverslaving hierdoor toeneemt, vooral onder jongeren. Dat geldt zeker als mensen worden bestookt met reclames voor gokken.

Demissionair minister Sander Dekker (Rechtsbescherming) had de motie ontraden. Er zouden dan geen gokreclames meer mogelijk zijn op televisie. Hij sloot niet uit dat zo'n verbod in de toekomst wel nodig zou zijn, maar hij vond het nu te vroeg.

Hij waarschuwde gokbedrijven en media wel dat het snel minder moet met de spotjes, die door veel partijen gewraakt worden. Gebeurt dat niet, dan grijpt de politiek in. Hij wees er ook op dat sinds deze week een nieuwe Reclamecode Online Kansspelen van kracht is geworden. Hiermee moet het aantal spotjes al beperkt worden.

Handhaving reclamecode is volgens Kamer omslachtig

De Kamer heeft niet veel op met de handhaving van een reclamecode, omdat dit omslachtig is en pas achteraf na klachten kan gebeuren. ChristenUnie, SP en CDA deden een voorstel om wettelijk te regelen dat online gokreclames aan dezelfde venstertijden moeten voldoen als gokreclames op radio en televisie. Dit idee kreeg ook steun.

Er was ook steun voor een motie van PvdA'er Barbara Kathmann over online reclames van bedrijven die leningen aanbieden aan mensen die net een goksite bezocht hebben. De Kamer wil dat een verbod op zulke advertenties wordt onderzocht. De reclames kunnen volgens de Kamer gokverslaafden in grote financiële problemen brengen.

Dekker zei hier nog geen kennis van te hebben en uit te willen zoeken in hoeverre dit daadwerkelijk voorkomt. "Als dit gebeurt, zou ik het zeer onwenselijk vinden en redelijk als we daartegen optreden." Hij wees er wel op dat hij hierover in gesprek zou moeten met het ministerie van Financiën, omdat dit niet alleen over kansspelen maar ook over de geldleners gaat.