De Europese Centrale Bank (ECB) zal aan het einde van het eerste kwartaal van volgend jaar stoppen met het opkopen van leningen en obligaties onder het coronasteunprogramma. Dat maakte de centrale bank donderdag bekend. Hoewel de inflatie momenteel torenhoog is, sleutelt de ECB nog niet aan de belangrijkste rentestanden.

Het coronasteunprogramma, dat bij de ECB de naam PEPP draagt, werd in maart 2020 opgezet om zo de eerste klappen van de coronapandemie op te vangen. Via PEPP werd meer dan 1 biljoen euro in leningen en staatsobligaties gestoken, om zo de Europese economie op gang te houden terwijl veel eurolanden op slot gingen door de oprukkende pandemie.

Nu Europese economieën weer richting de niveaus van voor de coronacrisis gaan, vindt de ECB de tijd rijp om eind maart de stekker uit het opkoopprogramma te trekken. Om de transitie naar een PEPP-loze wereld te versoepelen, zal de ECB vanaf maart het oude opkoopprogramma (dat werd opgezet tijdens de financiële crisis) weer van stal halen. Vanaf april zal dat programma 40 miljard euro in leningen en obligaties steken en dat vervolgens weer afbouwen naar 20 miljard eind volgend jaar.

De ECB is niet de enige die de geldkraan ietsje dichtdraait: woensdag maakte de Amerikaanse Federal Reserve bekend veel sneller te stoppen met het coronasteunprogramma dan eerder gedacht. De Fed besloot hiertoe vanwege de torenhoge inflatie in het land.

Ook verwacht de Fed de belangrijkste rentestand volgend jaar maar liefst drie keer op te schroeven vanwege diezelfde hoge inflatie. De ECB doet daar vooralsnog niet aan mee. ECB-voorzitter Christine Lagarde heeft meermaals gezegd geen renteverhoging te verwachten voor 2023; ook donderdag bleef die rentestand dus ongewijzigd.