De drie grootste pensioenfondsen van Nederland zullen de pensioenen volgend jaar hoogstwaarschijnlijk niet verhogen. Dat blijkt uit de laatste dekkingsgraden van de fondsen uit november. Zelfs met de versoepelde pensioenregels hebben de drie grootste fondsen niet genoeg geld in kas voor een verhoging.

Of pensioenen omhoog kunnen met de inflatie, hangt af van de dekkingsgraad. Die laat zien hoeveel geld een fonds in kas heeft om alle beloofde pensioenen te kunnen betalen. Een Kamermeerderheid stemde vorige maand in met een versoepeling waarbij de gemiddelde dekkingsgraad over twaalf maanden aan het eind van dit jaar 105 procent moet zijn. Dat betekent dat voor iedere euro aan toegezegd pensioen er 1,05 euro in kas moet zijn.

Hoewel de benodigde dekkingsgraad 5 procentpunten lager ligt dan eerder het geval was, komen de grootste pensioenfondsen in Nederland niet aan de benodigde 105 procent. Bij ABP, het grootste pensioenfonds van Nederland, lag de dekkingsgraad eind november op 101,4 procent. Hierdoor liet het ambtenarenfonds eerder deze maand al weten komend jaar niet te zullen verhogen.

De andere twee grote pensioenfondsen, zorgfonds PFZW en Pensioenfonds Metaal en Techniek (PMT), hebben een dekkingsgraad van respectievelijk 98,6 procent en 100 procent. Daarmee zitten ze nog ver van de benodigde 105 procent vandaan en zullen dus naar alle waarschijnlijkheid de pensioenen ook niet kunnen verhogen.

Het vierde pensioenfonds van Nederland, bpfBOUW, behoort tot de uitzonderingen en zal de pensioenen volgend jaar wel verhogen. Eind oktober lag de dekkingsgraad op 117,2 procent. Daarom worden de pensioenen per januari met 1,76 procent verhoogd, meldde het fonds maandag.