De Amsterdamse afvalverwerker AEB (Afval Energie Bedrijf) komt in Rotterdamse handen. Het bedrijf is verkocht aan branchegenoot AVR Afvalverwerking, dat een bod uitbracht van 450 miljoen euro. In juni kwam het bedrijf in financiële problemen, waarna de gemeente besliste om het te verkopen.

"De nieuwe eigenaar is een financieel solide partij met een focus op de lange termijn. AVR beschikt over veel ervaring in de Nederlandse markt en heeft een uitstekende reputatie op het gebied van verduurzaming en de opvang van CO2", schrijft de gemeente Amsterdam, die de enige aandeelhouder is.

De betrokken wethouders Victor Everhardt (Deelnemingen) en Marieke van Doorninck (Duurzaamheid) zijn blij met AVR als nieuwe eigenaar. Ze noemen het Rotterdamse bedrijf kapitaalkrachtig met een "goede circulaire trackrecord". Tot juli 2024 zal niemand gedwongen ontslagen worden bij AEB.

AEB bezorgde Nederland in juni een afvalcrisis

Amsterdam kondigde eind januari vorig jaar aan dat het van plan was de afvalverwerker in de etalage te zetten. In juni 2019 belandde het bedrijf in acute financiële nood, nadat vier van de zes verbrandingslijnen werden stilgelegd. Dat kwam doordat AEB wegens aanhoudende technische problemen de veiligheid van het personeel niet meer kon garanderen.

Het stilleggen van de lijnen zorgde voor een nationale afvalcrisis en bezorgde AEB een enorme schuld. Toen besliste de gemeente om het bedrijf er financieel bovenop te helpen om het uiteindelijk voor een hogere prijs van de hand te kunnen doen.

De deal moet nog worden goedgekeurd door concurrentiewaakhond ACM. Als die groen licht geeft, kan de transactie in de loop van komend jaar worden afgerond. Amsterdam houdt uiteindelijk zo'n 60 miljoen euro over aan de deal na aftrek van nog resterende schulden.