Btw-heffingen op goederen en diensten als zonnepanelen, water, personenvervoer en livestreaming van sportwedstrijden of shows kunnen in de EU omlaag tot een tarief tussen 0 en 5 procent. Het is aan het nieuwe Nederlandse kabinet om te besluiten of wel of niet van de mogelijkheid gebruik zal worden gemaakt, benadrukt een woordvoerder van het ministerie van Financiën.

De EU-ministers van Financiën zijn het na jaren onderhandelen eens geworden over uitbreiding van een richtlijn die een verlaagd tarief tussen 0 en 5 procent voor zeven categorieën toestaat.

Lidstaten krijgen met de herziene richtlijn meer ruimte bij de vaststelling van lagere btw-tarieven, zolang er geen concurrentieverstoring optreedt. Het voordeel moet ook terechtkomen bij de consument. Een laag tarief tussen 0 en 5 procent kan bijvoorbeeld worden toegepast op farmaceutische producten, medische uitrusting, levering van boeken en het uitlenen door bibliotheken.

Nederland pleitte in het verleden al voor het gebruik van een nultarief, maar dat was alleen voor specifieke gevallen mogelijk, zoals de levering en bevoorrading van schepen en vliegtuigen. Het demissionaire kabinet voerde vanwege de coronacrisis ook tijdelijk een nultarief in voor coronatestkits en goedgekeurde COVID-19-vaccins. Die maatregel liep eind september af.

In Nederland is het algemene btw-tarief 21 procent. Voor een beperkt aantal goederen en diensten geldt in Nederland een verlaagde belasting over de toegevoegde waarde (btw) van 9 procent. De EU-landen mogen zelf de hoogte van hun btw-tarieven bepalen, maar het algemene tarief mag niet lager dan 15 procent zijn. Er mogen één of twee verlaagde tarieven gelden voor bepaalde producten en goederen, maar die moeten minstens 5 procent zijn.

Verlaagde btw-tarieven op fossiele brandstoffen als olie, gas en steenkool mogen vanaf 1 januari 2030 niet meer. Hetzelfde geldt vanaf 1 januari 2032 voor kunstmest en chemische bestrijdingsmiddelen.