In de eerste elf maanden van dit jaar is in Nederland evenveel hernieuwbare energie opgewekt als in heel 2020. Dat blijkt donderdag uit maandcijfers van Energieopwek.nl, een samenwerking tussen onder meer Hanzehogeschool Groningen, netbeheerder TenneT en Gasunie.

De opbrengst van windenergie viel in november tegen: die was 20 procent lager dan een jaar eerder. Deze terugval is goedgemaakt door onder andere bijstook van biomassa.

26,5 procent van de productie van stroom kwam in november uit hernieuwbare bronnen. Dat was iets meer dan in dezelfde maand vorig jaar. In 2030 moet in ons land minimaal 70 procent van de stroom uit hernieuwbare bronnen komen.

Hernieuwbare energie, ook wel duurzame of groene energie genoemd, komt van natuurlijke bronnen als wind, zon, waterkracht en biomassa.

De stijging van de productie van hernieuwbare energie die dit jaar te zien is, was volgens verwachting, vertelt een woordvoerder van Energieopwek.nl. "Er zijn dit jaar veel nieuwe zonnepanelen geplaatst en verschillende windmolenparken bijgebouwd. Een stijging is dan een logisch gevolg."

De zegsman vertelt verder dat de vooruitzichten gunstig zijn. "Als we zo doorgaan, gaan we de 70 procent hernieuwbare stroom halen." Wel laat hij weten dat het huidige stroomnet problemen kan geven. "Er zijn signalen dat het net het moeilijk aankan, al helemaal in de toekomst. Dat wordt nog een uitdaging."

Verbetering: In een eerdere versie van dit artikel stond dat van alle energie die vorige maand is opgewekt, 26,5 procent hernieuwbaar was. Dat klopt niet: 26,5 procent van de productie van stroom kwam in november uit hernieuwbare bronnen. Het bericht is aangepast.