De woningcorporatie Vestia, die door een fraudezaak sinds 2012 in financiële problemen verkeert, wordt gered door andere corporaties. Het bedrijf kan geld lenen van 251 verschillende corporaties. Daarnaast splitst het zich op in drie delen, die alle drie een nieuwe naam krijgen, kondigen Vestia en corporatiekoepel Aedes woensdag aan.

De drie nieuwe corporaties zullen volledig onafhankelijk van elkaar werken en gaan van start op 1 januari 2023 in Rotterdam, Den Haag en Delft/Zoetermeer. Hoe ze gaan heten is nog niet bekend, maar het zal niet meer Vestia zijn. Daarmee wil het bedrijf ervoor zorgen dat de nieuwe corporaties niet eeuwig achtervolgd worden door het verleden.

Met de zogenoemde leningruil komt er een einde aan een lange fraudezaak die voor in totaal 2,7 miljard euro aan schade heeft gezorgd. In 2012 kwam de woningcorporatie in de problemen door derivaten, financiële producten waarmee risico's zoals een rentestijging of -daling kunnen worden afgedekt. Met omstreden contracten gokte de corporatie op een rentestijging, terwijl de rente juist daalde. Dat had grote economische schade tot gevolg.

De derivaten werden later omgezet in langlopende leningen, die Vestia nog steeds moeizaam aan het afbetalen is. Daarom schieten 251 andere woningcorporaties te hulp. Ze nemen dure leningen over en in ruil daarvoor krijgt Vestia goedkope leningen met een lage rente. Een aantal corporaties nemen woningen over in ruil voor het geld.

Op die manier krijgt Vestia zo'n 650 miljoen euro, wat de rentelasten structureel verlaagt met 28 miljoen euro per jaar. De extra kosten voor de corporaties worden uitgesmeerd over veertig jaar, de looptijd van de leningen.

In 2018 werden de spilfiguren in de fraude veroordeeld tot 2,5 en 3 jaar celstraf. Op dit moment loopt er een nieuwe zaak tegen ex-medewerkers van Vestia. Een vastgoedbeheerder en medewerker sociaal beheer zouden steekpenningen hebben aangenomen van onder meer schoonmaakbedrijven in ruil voor werk. Dat heeft de corporatie in totaal 2,5 miljoen euro gekost. Het Openbaar Ministerie (OM) eist vier jaar cel.