Het buitenlands toerisme naar Nederland kreeg in het afgelopen kwartaal opnieuw een flinke knauw als gevolg van de hoge besmettingsgraad in ons land. Vooral Belgen en Duitsers kwamen minder naar ons land om op vakantie te gaan, blijkt dinsdag uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Nederlandse hotels, kampeerterreinen, vakantiehuisjes en groepsaccommodaties ontvingen in het derde kwartaal wel 5 procent meer bezoekers, maar dat kwam vooral door Nederlandse toeristen die in eigen land op vakantie gingen. Het aantal buitenlandse toeristen daalde met 13 procent in vergelijking met dezelfde periode vorig jaar.

In totaal kwamen er 2,7 miljoen buitenlanders op vakantie naar ons land, 400.000 minder dan vorig jaar. 1,3 miljoen Belgen (-34 procent) en 500.000 Duitsers (-8 procent) boekten een vakantie in Nederland.

Volgens het CBS heeft het wegblijven van buitenlandse gasten vooral te maken met de oplopende besmettingen in Nederland waardoor ons land rood kleurt op de Europese coronakaart. Dat maakt ons land minder aantrekkelijk als vakantieland.

Bijna alle vakantieaccomodaties zagen het aantal toeristen toenemen, behalve campings. Daar kwamen de afgelopen drie maanden 2,5 miljoen gasten over de vloer, 6 procent minder dan in het derde kwartaal van 2020. In de provincie Utrecht was de stijging van het aantal toeristen het grootst met 19 procent, in Groningen nam het aantal vakantiegangers met 14 procent het sterkst af.